Archive for the ‘Bovenwettelijke WW-regelingen’ Category

Herleving…een kwestie van goed werkgeverschap?

29 augustus 2013

Wij krijgen van onze abonnees veel vragen over wat er gebeurt met het recht op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering op het moment dat een werknemer aansluitend op zijn overheids- of onderwijsbaan aan de slag gaat bij een instelling buiten een van deze sectoren.
Kan de vertrekkende werknemer in deze situatie nog wel aanspraak maken op zijn bovenwettelijke rechten wanneer hij bij deze niet-overheids- of onderwijswerkgever zijn baan verliest? En als dit niet zo is, is het dan niet ‘verstandiger’ dat de werknemer eerst een tijdje werkloos is voor hij een nieuwe baan accepteert, dit om zo zijn bovenwettelijke rechten zeker te stellen.

Men kan zich afvragen of met het stellen van deze laatste vraag het goed werkgeverschap niet erg ruim genomen wordt, maar begrijpelijk is de vraag wel. Het maakt voor de werknemer namelijk nogal een verschil of men deze rechten behoudt of niet. Daarnaast is het antwoord op deze vraag natuurlijk ook voor de werkgever zelf van belang: als de werknemer zich niet afgeremd voelt om uit zijn gouden kooi weg te vliegen oftewel aansluitend een andere baan te accepteren, dan kan dit de werkgever aanzienlijk schelen in zijn WW-lasten.

Dus hoe zit dat nou met die bovenwettelijke rechten als uw ex-werknemer aansluitend aan de baan bij u buiten de overheids- of onderwijssector gaat werken en vervolgens deze baan verliest? In een aantal cao’s* is het inderdaad zo geregeld dat een werknemer in deze situatie zijn bovenwettelijke werkloosheidsrechten behoudt. Verliest de werknemer op een gegeven moment zijn niet-overheids- of onderwijsbaan dan wordt gedaan alsof het bovenwettelijk recht in het verleden toch ontstaan is en op dit moment herleeft.

Doel van de regeling is natuurlijk het stimuleren van het aanvaarden van werk buiten de sector en instroom in de WW te beperken. De deur van de gouden kooi wordt opengezet door een zakje goud zaad mee te geven. Werknemers lopen dankzij deze regeling geen risico** op verlies van hun bovenwettelijke rechten bij het aanvaarden van een baan buiten de overheids- of onderwijssector. Voor werkgevers heeft de regeling het belangrijke voordeel dat mensen eerder uit de WW zullen blijven wat aanzienlijk kan schelen in de WW-lasten. Zo kun je zeggen dat de regeling voor beide partijen positief uitpakt. Al zou het de werkgever nog meer schelen als hij ook geen verantwoordelijkheid meer draagt voor de bovenwettelijke lasten …

Het stimuleren van arbeid is vanzelfsprekend een goede zaak, maar doet bij mij wel de vraag rijzen: is het, indien mogelijk, aansluitend accepteren van een baan buiten de sector in deze tijden niet ook gewoon een kwestie van goed werknemerschap?

Astra Bilgoe, adviseur sociale zekerheid Loyalis

*
Wel: MBO, HBO, VO, PO, Universiteiten, UMC

Niet: Provincies, Gemeenten, Waterschappen

**
Onder de gestelde voorwaarden (voor de voorwaarden zie http://www.socialezekerheidswijzer.nl > inloggen

Advertenties

Is dat nog van deze tijd?

27 november 2012

Ik bedoel de diensttijdcriteria in bovenwettelijke WW-regelingen.

Nu gaat u misschien roepen dat de hele bovenwettelijke WW-regelingen niet meer van deze tijd zijn. Dat is ook een leuke discussie.

Maar even terug naar die diensttijdcriteria.
Bovenwettelijke regelingen zitten bijna allemaal zo in elkaar dat je moet voldoen aan een diensttijdcriterium om recht te hebben op een aansluitende uitkering na afloop van de WW. Daar zit wel een zekere logica in: door langer te werken bouw je meer rechten op. Maar pas op, niet al je diensttijd telt mee.
– In het onderwijs telt alleen je onderwijsdiensttijd mee. Wel in alle onderwijssectoren: als je eerst in het PO hebt gewerkt, later in het HBO en tot slot in het VO, telt dit allemaal mee.
– Bij de UMC’s telde vroeger ook al die onderwijsdiensttijd mee, maar tegenwoordig alleen nog je diensttijd bij UMC’s. 
– Bij het rijk, de provincies en de waterschappen telt je diensttijd mee waarin je onder het ABP viel voor je pensioen. Dat is het ruimste criterium dat je in dit verband tegenkomt.
– Bij de gemeenten telde vroeger ook je ABP-diensttijd mee, maar tegenwoordig alleen nog je diensttijd in de gemeentelijke sector.
Er is dus blijkbaar zelfs een tendens tot verdere beperking van de diensttijd die meetelt!

Stel nu, gemeente X ontslaat wegens een reorganisatie twee ambtenaren. Mevrouw A, 55 jaar, is sinds haar 20e in dienst van de gemeente. Meneer B, ook 55 jaar, heeft vanaf zijn 20e in het onderwijs gewerkt, daarna in het bedrijfsleven, en de laatste 3 jaar bij de gemeente. Als ze niet meer aan het werk komen, heeft mevrouw A recht op een uitkering van pakweg 70% van haar laatste salaris tot haar 65e. En meneer B tot zijn 58e of 59e,waarna hij moet aankloppen bij bijstandachtige regelingen, of zich moet laten onderhouden door zijn partner.

Wat rechtvaardigt zo’n verschil?
Het is in elk geval niet de zorgplicht van een werkgever voor een werknemer die lang bij hem in dienst is geweest. Want als mevrouw A maar 3 jaar bij gemeente X had gewerkt en daarvoor ruim 30 jaar bij een andere gemeente, was het uitkeringsresultaat hetzelfde geweest. En ook dan had gemeente X de hele uitkering moeten betalen. Het eigenrisicodragerschap WW volgt zijn eigen ondoorgrondelijke paden.

Is het een belang van de sector om arbeidskrachten binnen te houden? Dat zou kunnen. Dit soort regelingen zal het enthousiasme om in een andere sector te gaan werken zeker niet verhogen. Maar waarom zou bijvoorbeeld een gemeente dat willen? Is een mevrouw A per definitie een waardevoller medewerker geweest dan een meneer B? Ik dacht van niet, en er zijn zelfs goede argumenten te bedenken voor het tegendeel.
In sectoren waarin gebrek aan personeel is, of dreigt, kan ik me wel iets voorstellen bij het bieden van voordelen aan mensen die in de sector blijven. De vraag is dan of die voordelen niet beter tijdens het werk tot uiting kunnen komen dan tijdens de werkloosheidsuitkering.

Ik ben benieuwd wat u ervan vindt.

Anja van Kampen, adviseur sociale zekerheid Loyalis