Archive for the ‘Wetsvoorstel’ Category

Quotumwet, verstandig of niet?

27 februari 2014

De regering wil toewerken naar een “inclusieve” arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt dus, waar voor iedereen plek is: jongeren, ouderen, voor mensen met en zonder beperking. Volgens de regering is het aannemen van werknemers met een arbeidsbeperking nog lang geen automatisme[1] en is ook het maken van cao-afspraken onvoldoende een gewoonte[2].

Particpatiewet en Quotumwet hangen nauw samen

Om tot die inclusief arbeidsmarkt te komen is de Participatiewet ingediend. Het doel van dit wetsvoorstel is om iedereen met arbeidsvermogen naar werk toe te leiden, bij voorkeur regulier werk. Om de Participatiewet te laten slagen zijn natuurlijk wel banen nodig. In dit kader hebben werkgevers een vrijwillige –  maar niet vrijblijvende – afspraak gemaakt om 125.000 banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking[3]. De sector overheid en onderwijs neemt hiervan 25.000 banen voor haar rekening. Om precies te zijn 2.500 banen per jaar vanaf 2014, tot een maximum is bereikt van 25.000 banen.

Maar wat nu als deze aantallen niet wordt bereikt? Als stok achter de deur kunnen in dat geval twee wettelijk quota geactiveerd worden: een quotum voor de marktsector en /of een quotum voor de sector overheid en onderwijs. Voor beide sectoren zijn immers separate afspraken gemaakt. De heffing bedraagt 5000 euro per niet ingevulde arbeidsplaats.

Monitoring

Hoe wordt het aantal nieuwe banen gemonitord? In 2014 wordt een nulmeting gedaan met als peildatum 1 januari 2013. Vervolgens wordt jaarlijks gemonitord hoeveel mensen in de doelgroep werken. Uit deze monitoring blijkt het extra aantal gerealiseerde banen ten opzichte van het aantal banen in de nulmeting.

Een voorbeeld (op basis van fictieve cijfers)

  • Uit de nulmeting blijkt bijvoorbeeld dat 50.000 arbeidsplaatsen worden ingevuld door mensen met een arbeidsbeperking uit de doelgroep;
  • In jaar t moeten 40.000 extra banen zijn gerealiseerd ten opzichte van de nulmeting;
  • Het gemiddeld aantal verloonde uren van mensen met een arbeidsbeperking bedraagt bijvoorbeeld 25 uur per week;
  • Uit de monitor blijkt dat er onvoldoende extra banen zijn gerealiseerd;
  • Totaal aantal werknemers in jaar t = 5.000.000. Het totaal aantal verloonde uren voor deze werknemers bedraagt 150.000.000;
  • Berekening quotumpercentage:
    • Te realiseren verloonde uren door mensen uit de doelgroep: (50.000 + 40.000) x 25 = 2.250.000
    • Quotumpercentage jaar t: 2.250.000/150.000.000 x 100 = 1,5%
  • Dit betekent dat in dit fictieve voorbeeld van het totaal aantal uren er 1,5% moet worden ingevuld door mensen met een arbeidsbeperking. De 1,5% is dan de norm waaraan individuele werkgevers moeten voldoen.

Voor- en nadelen quotum

TNO heeft in het artikel “Een quotum voor arbeidsgehandicapten: is dat verstandig” een mooi beeld geschetst van de voor- en nadelen van een quotum (Sociaal bestek, december 2012).

Lees ook wat anderen vinden van het wetsvoorstel! In januari 2014 heeft een internetconsulatie plaatsgevonden met als doel input te krijgen om het wetsvoorstel Quotumwet te verbeteren. Lees de reacties op: http://www.internetconsultatie.nl/quotumwet.

Factsheet voor abonnees

Exclusief voor abonnees van de Sociale Zekerheidswijzer van Loyalis staat op extranet.socialezekerheidswijzer/dossiers  een uitgebreide factsheet klaar over de Participatiewet en de Quotumwet. Hierin staat onder meer welke acties werkgevers kunnen ondernemen ter voorbereiding op beide wetten.

Mr. Stijn Hendriks

Adviseur Sociale Zekerheid Loyalis


[1] Uit onderzoek blijkt dat in 2011 13% van de werkgevers in Nederland een werknemer met een arbeidsbeperking in dienst had. Bij 87% van de werkgevers waren geen mensen met een arbeidsbeperking in dienst en de overgrote meerderheid van deze werkgevers (71%) heeft vooralsnog niet overwogen om banen voor werknemers met een arbeidsbeperking open te stellen.

[2] 49 van de 100 cao’s bevatten afspraken over een inspanningsverplichting om instroom van mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt t bevorderen. Van deze 49 cao’s bevatten 40 cao’s afspraken voor de doelgroep Wajongers, arbeidsgehandicapten en Wsw’ers. Van deze 49 cao’s bevatten 16 cao’s concrete doelstellingen voor de doelgroep arbeidsgehandicapten.

[3] Het gaat om mensen met een arbeidsbeperking die niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen en die vallen onder de Participatiewet, Wajongers en mensen met een Wsw-indicatie op de wachtlijst. UWV beoordeelt of iemand tot de doelgroep behoort en neemt deze persoon op in een landelijk doelgroepregister.

Advertenties

Rare inkomensschommelingen

19 september 2012

De Ziektewet gaat compleet op de schop. Reden hiervoor is dat de regering de instroom vanuit de Ziektewet (ZW) in de Wet Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) veel te hoog vindt. Met verschillende maatregelen wil de regering deze instroom in de WIA tegengaan. De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel. De Eerste Kamer beslist op 25 september.

Een van de maatregelen zorgt voor rare inkomensschommelingen. ZW-gerechtigden worden straks financieel geprikkeld om (meer) te werken. Hoe men dat doet? Door de ZW-uitkering te verlagen[1]. De huidige ZW-uitkering is een loongerelateerde uitkering die niet afhankelijk is van het arbeidsverleden. Het ziekengeld bedraagt meestal 70% van het laatste verdiende (gemaximeerde) loon. De nieuwe ZW-uitkering  wordt – vergelijkbaar met de WIA – opgeknipt in twee fasen. Een loongerelateerd fase, die afhankelijk is van het arbeidsverleden en een vervolguitkering. Tijdens de loongerelateerde fase is de ZW-uitkering 70% van het laatst verdiende (gemaximeerde) loon. Tijdens de vervolguitkeringsfase is de ZW-uitkering nog maar 70% van het wettelijk minimumloon.

Het wetsvoorstel kan leiden tot aanzienlijke, niet goed te beargumenteren inkomensschommelingen.  Eerst ontvangt een verzekerde een loongerelateerde ZW-uitkering, gevolgd door een ZW-vervolguitkering. Als betrokkene na 2 jaar wachttijd instroomt in de WIA, krijgt hij opnieuw een loongerelateerde WGA-uitkering gevolgd door een WGA-vervolguitkering.

In een concreet voorbeeld wordt de inkomensschommeling duidelijk: Een ZW-gerechtigde die een loon ontving van € 4000 per maand en 6 jaar arbeidsverleden heeft, ontvangt de eerste 6 maanden een loongerelateerde ZW-uitkering ter hoogte van 70% van € 4000 = € 2800 en vervolgens gedurende 18 maanden 70% minimumloon = ca. € 1000. Na toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering ontvangt hij vervolgens opnieuw 6 maanden lang 70% van 4000 = € 2800, om daarna weer terug te vallen op een fractie van het minimumloon. Achtereen volgens ontvangt deze persoon dus: 6 maanden € 2800, daarna 18 maanden €1000, vervolgens 6 maanden €2800 en tenslotte een fractie van het minimum loon.

Deze inkomensachtbaan is door de Raad van State gesignaleerd maar wordt blijkens de toelichting door de regering geaccepteerd. Eveneens opmerkelijk is dat de verlaging naar 70% van het minimumloon ook geldt voor verzekerden die volledig arbeidsongeschikt zijn en verzekerden die hun restverdiencapaciteit volledig benutten. Juist deze groepen genieten in de WIA een goede inkomensvoorziening. Deze inconsequentie van het wetsvoorstel wordt nergens gesignaleerd of toegelicht. Als de regering voor ogen heeft gehad – zoals ze zelf suggereert – om het uitkeringsconcept van de WIA over te planten naar de ZW, hebben zij deze belangrijke categorieën blijkbaar over het hoofd gezien. Bovendien ontstaan ook daardoor rare inkomensschommelingen tussen de fase van de Ziektewet en de daarop volgende fase van de WIA.

Rien Seip, senior adviseur Business Development Loyalis / Stijn Hendriks, adviseur sociale zekerheid Loyalis


[1] De Maatregel geldt voor alle ZW-gerechtigden zonder werkgever en voor alle ZW-gerechtigden van wie het dienstverband eindigt tijdens ziekte.